Wist u dat ...
Vroege bewoners
Berthold van Lindescot was in 1131 getuige voor
de bisschop van Utrecht, waardoor zijn naam bewaard is gebleven. Maar
Linschoten bestond toen al. Aan het vroegere grondgebruik te zien
bestond het dorp minstens enkele eeuwen langer. Op verschillende
plekken in de omgeving zijn vondsten gedaan uit het begin van de
jaartelling die duiden op de aanwezigheid van mensen. Maar veel zullen
het er niet geweest zijn, in dat ondoordringbare oermoeras. Alleen
langs de rivieren konden mensen zich vestigen. Zoals langs de Lange Linschoten, of
beter nog, langs de nu verdwenen rivier die toen langs Montfoort en
Linschoten stroomde.
De mens grijpt in
Om het veengebied
geschikt te maken voor landbouw, moest de bodem worden drooggemaakt.
Door sloten te graven zakte het waterpeil en ontstonden er vruchtbare
akkers. Vanaf de Lange Linschoten groef men sloten richting
Cattenbroek. De droge grond klonk echter in, waardoor op den duur
molens
moesten worden geïnstalleerd om het overtollige water weg te
pompen.
Ridders en kastelen
Het
vruchtbare land had veel meer waarde dan het moerasbos. Dus moest je
ervoor zorgen dat het niet door anderen kon worden ingepikt. Door de
Hollanders bijvoorbeeld, die op dezelfde wijze hun land aan het
ontginnen waren. Vanuit Utrecht werden vier kastelen gebouwd en vanuit
Holland twee. Maar de loyaliteit van de kasteelheren wisselde nogal
eens. Drie landheren kwamen in een bloedige oorlog om het leven toen
zij streden voor de graaf van Holland. De vierde kon zwaargewond
terugkeren.
Historische gebouwen
De Linschotense kerk
stond er waarschijnlijk al toen Berthold van Lindescot nog leefde. Het
had niet veel gescheeld of deze zou vervangen zijn geweest door een
'modern gebouw', dat makkelijker te onderhouden was geweest.
Het
Wapen van Linschoten is het oudste nog bestaande burgerlijke gebouw.
Dit 'gerechtshuis' diende als rechtbank voor eenvoudige zaken, als
vergaderruimte en als kroeg. Later hield de chirugijn er zijn
spreekuur. Eromheen moeten vroeger veel andere (houten) huizen hebben
gestaan. Waar heb je anders een
gerechtshuis voor nodig?
Onrust
De actieradius van mensen
was vroeger vrij klein. De meeste mensen kwamen niet verder dan het dorp
zelf en de marktplaatsen daaromheen, waar je gemakkelijk naartoe kon lopen,
zoals Woerden, Montfoort en Oudewater. Gebeurtenissen uit deze plaatsen
kregen ze dan ook zeker mee, zoals de uitmoording van de helft van de
Oudewaterse bevolking in 1575 en de Slag bij het Kruipin (1672) bij Woerden. Duizenden lieten daarbij het leven. Ook bij
Linschoten werden boerderijen in brand gestoken.
De heren van Linschoten
Johan
Strick, burgemeester van Utrecht, koos voor Linschoten als plek voor
zijn luxe buitenverblijf. Hoewel de Vechtstreek en de Heuvelrug veel
gangbaarder waren voor dergelijke huizen, zag hij de charme van de
locatie wel in. De boerderij die eerst op die plek stond werd
afgebroken en het Huis werd in 1637 opgeleverd. De oprijlaan bleef ongemoeid en is dus nog veel ouder.
Nadat het landgoed in de
achtste generatie sinds Johan Strick in handen van een Duitse familie
is gekomen, verwatert de binding met Linschoten en wordt het Huis
verkocht aan de Utrechtse familie Peletier, die het huis betrekken als
het ze uitkomt. De laatste telg van de familie regelt in zijn testament
dat de bezittingen op het landgoed door een stichting zullen worden
beheerd.
Linschoten wordt democratisch
Rond 1795 had
Stadhouder Willem V van het landsbestuur een potje gemaakt. Veel
vriendjespolitiek, amper daadkracht. Hij was verbannen naar het kasteel
Valkhof in Nijmegen. Zijn vrouw Wilhelmina van Pruisen zou wel even
verhaal halen in Den Haag, maar haar werd de doorgang belet; zij werd
door 'patriotten' in Hekendorp vastgehouden en daarna naar Nijmegen
teruggestuurd. Dezelfde patriotten, waaronder Paul Strick van
Linschoten, riepen vervolgens de hulp van de Fransen in om Nederland te
helpen bij de democratisering. Niet langer zou de adel de baas zijn,
maar zou de bevolking het zelf voor het zeggen krijgen. Paul Strick van
Linschoten bood de Linschotenaren zijn nederige excuses aan voor het
gebruik van zijn adellijke macht.
De 'moderne tijd'
Vanuit
ons huidige perspectief is het leven in het midden van de 19e eeuw
nogal primitief. Maar voor die tijd waren de ontwikkelingen
adembenemend. Door de uitvinding van de stoommachine waren er ineens
treinen en steeg de productie in fabrieken en in de landbouw ongekend.
De Fransen hadden het bevolkingsregister ingevoerd en bedacht dat daar
'adressen' bij hoorden; straten met huisnummers. Daarom weten we nu nog
waar iedereen in Linschoten woonde, hoe de huishoudens waren
samengesteld, wat de beroepen waren en wie bij welke kerkgenootschap
was ingeschreven. Ook kreeg de overheid meer te zeggen. Zij schreef
voor hoe je je diende te gedragen en niet de kerken. Ook onderwijs,
gezondheidszorg en armenzorg werden meer taken van de overheid.
De
verzuiling zorgde enerzijds voor emancipatie van kerkgenootschappen,
die nu eigen scholen, verenigingen, zorgorganisaties, etc. konden
oprichten. Maar de verzuiling had ook een keerzijde. Men kocht het
brood alleen nog maar van een bakker die van dezelfde kerk was. De
bakkers met een minder voorkomende signatuur kregen het
moeilijk en moesten uit Linschoten vertrekken. En niet alleen de bakkers.
De Tweede Wereldoorlog
Linschoten
is redelijk goed uit de Tweede Werdeldoorlog gekomen. Dankzij de
ligging
nabij boerderijen en de akkertjes op bijvoorbeeld de Hoge Werf, was er
lange tijd genoeg te eten. De Hongerwinter noodzaakte niettemin tot
voedseltochten naar Overijssel en Drenthe, waar de Linschotenaten ook
lieden uit Montfoort en Oudewater tegenkwamen.
Tientallen Linschotenaren zaten in het verzet en vernietigden
onder andere de
bevolkingsadministratie, zodat de bezetter daar geen misbruik meer van kon
maken. De Bevrijding liet lang op zich wachten, maar was uiteindelijk
overweldigend, met Linschotenaren die samen met de net zo
opgeluchte
Duitse soldaten psalmen zongen in de kerk. Ieder in zijn eigen taal.
De grote groei
Na de Tweede Wereldoorlog kwam de uitbreiding van Linschoten
schoorvoetend op gang. In de jaren 50 werden enkele tientallen woningen
gebouwd, vooral op de Hoge Werf. Daarna volgden in hoog tempo
Linschoten-Noord, Rapijnen en Overvliet, waarna de bouw een tijd lang
stil lag. In een halve eeuw tijd is het aantal woningen
verachtvoudigd. Veel nieuwe bewoners kwamen uit andere delen van het
land. De dorpse sfeer sprak hen aan, net als de goede bereikbaarheid
van de Randstad. Zij brachten wel een andere cultuur met zich mee,
waaraan sommigen moesten wennen. Tennissen op zondag? In de
gemeenteraad besloot men de veranderingen te accepteren, hoewel dat
niet vanzelfspekend was. Behalve in omvang groeide Linschoten ook in
het aantal voorzieningen. Winkeltjes verdwenen weliswaar, maar het
aantal verenigingen groeide sterk.